7 december 2017

Sophia is vandaag 24 jaar geworden. Haar derde verjaardag in onbegrijpelijke afwezigheid. Lichtjes blijven voor haar branden, op vele plaatsen.
Licht als symbool van hoop, van warmte, van leven.
Dat al die lichtjes Sophia de weg naar huis mogen wijzen.

Een nieuwe reis naar Oeganda heeft nieuwe contacten gebracht, nieuwe mogelijkheden, nieuwe hoop.
Dat deze nachtmerrie op een dag zal stoppen. Dat Sophia thuis zal komen.

In de acht weken dat Sophia in Kampala woont en werkt in het ziekenhuis schrijft ze ons elke week een uitgebreid verslag. Ze schrijft onder andere:

‘Ik heb inmiddels ook al wat Luganda geleerd. Als je de locale bevolking aanspreekt met ‘oli otya’ vinden ze dat helemaal leuk. Het betekent: ‘hoi, hoe gaat het?’ Woordjes als ‘dankjewel’, ‘het gaat goed’ of ‘tot ziens’ zijn handig om te weten.
Onze Oegandese huisgenoten bedachten voor ons allemaal een bijnaam. Mijn bijnaam werd ‘Namwekozzo Bulungi’ wat betekent: ‘Mooie eigenwijze dame’…
Ook kreeg ik een nieuwe Oegandese naam van de marktverkopers: ‘Najigobe’, wat ‘ochtend zonneschijn’ betekent.’

‘Een overload aan nieuwe indrukken en dingen die gebeurd zijn. Ik begin steeds meer te wennen aan Oeganda, de manier van leven en de gewoontes die ze er hier op na houden. Ik begin bijna te overwegen om gewoon lekker in Afrika te blijven, want jeetje, wat is het hier relaxed.’

‘De meiden hier kunnen ontzettend goed dansen. Jojo heeft mij dan ook haar killer moves geleerd, en die heb ik even mooi uitgeprobeerd. Reactie: ‘Huh, Sophia danst als een Afrikaanse?!’ 

‘De hele dag op OK gestaan, waar ik maar liefst twee keer heb mogen assisteren met een keizersnede. Ik mocht klemmen vasthouden en weefsel op zijn plek houden. Voordat het kindje geboren werd, hielp ik met de fundale pressure om het kindje uit te drijven. Uiteindelijk nam de operatie assistent het van mij over. Aan het einde van de operatie zei hij: ‘De volgende keer sta je daar’, en hij wees naar de chirurg. Nou, dat zou wat zijn!’

‘De dag erna was een interessante dag op de kraamafdeling. De hele dag bij vrouwen geweest die begonnen waren met bevallen, en ook daadwerkelijk nuttig geweest. Zo heb ik samen met vroedvrouw Christine een baby opgevangen bij de geboorte. Dit was moeilijker dan ik dacht, maar gelukkig begeleidde ze.
Nadat de baby was opgevangen mocht ik de baby post-natale zorg verlenen. Hieronder valt het slijm uit de baby’s mond en neus verwijderen, de baby schoonmaken, navelstreng nog wat inkorten en afklemmen, vitamine K intramusculair toedienen, bandje met gegevens om het polsje doen, wegen en warm aankleden. Dit heb ik meerdere keren mogen doen bij verschillende babies. Zo leuk al die kleine wezentjes, en dat je eindelijk even nuttig bent.
Christine wilde me zelfs nog leren hechten. Ze zei dat ik het me de volgende keer zelf mocht doen. Wauw, dat zou vet zijn! Wie weet morgen?’

Op 22 oktober, haar laatste dag in het ziekenhuis, schrijft Sophia:

‘Voordat we weggingen heb ik nog even goed afscheid genomen van iedereen. Onze spatbrillen hebben we weggegeven, en de vroedvrouwen en chirurgen waren er maar al te blij mee. We hebben onze jassen weggegeven aan Christine, die ze heel graag wilde hebben. Met haar hebben we ook nog mailadressen uitgewisseld. Na afscheid van de kraamafdeling genomen te hebben, zijn we nog bij de andere afdelingen langsgegaan om afscheid te nemen. Ik vind het echt heel jammer dat het alweer voorbij is. Alle mensen zijn zo lief in het ziekenhuis. Ik ga ze oprecht missen, en hoop dat ik nog eens terug kom. Wie weet als tropenarts?’

De volgende ochtend begint ze aan haar rondreis. Zes dagen later is Sophia verdwenen.

Wij blijven haar zoeken.

Marije Slijkerman
Gerard, Max en Jan Koetsier