(Klik op de afbeelding om de uitzending te starten. Het item begint op 9.20 en eindigt op 22.20. Het is helaas nog niet mogelijk geweest alleen dit item te plaatsen. Hopelijk lukt dat op korte termijn).

Het programma EénVandaag heeft op zaterdag 16 maart aandacht besteed aan vermissingen in het buitenland en hoe families er dan overwegend alleen voorstaan.
Sophia’s raadselachtige verdwijning staat centraal.
Het is inmiddels door bijna een miljoen mensen bekeken.

Op 30 augustus 2015 vertrok Sophia naar Oeganda.
Op 13 oktober reisde ik naar Oeganda. Ik wilde mijn dochter in een witte jas in een ziekenhuis in Kampala zien, en, van nature reislustig en avontuurlijk, was nog nooit in Afrika geweest. Wat zou een betere aanleiding zijn om daar heen te gaan?
Ik zou op 4 november thuiskomen, Sophia op 10 november.
Sophia kwam niet thuis. Op die 10e november kwam ik thuis, een gebroken moeder.

Wij hebben zo’n twee maanden in een soort coma, een soort dichte mist, doorgebracht. Wachtend op dat telefoontje: ‘Mama, ik ben het hier nu zo zat, wil je me alsjeblieft komen halen?’
Dat telefoontje kwam niet.
Van officiële politiezijde hoorden we niets, we werden letterlijk aan ons lot overgelaten.

Met hulp en steun van vrienden zijn we in januari van dat volgend jaar dingen gaan initiëren. Zo wilden we Sophia gesignaleerd hebben bij Interpol, op de internationale lijst van Vermiste Personen. Haar vermissing bleek, ruim twee en halve maand later, niet bekend bij de Amsterdamse politie.
Er was bemoeienis van Buitenlandse Zaken geweest, drie Nederlandse politiemensen hadden twee dagen met een drone rondgevlogen in het park, er was aandacht in de media geweest.
Als je nooit eerder een kind vermist hebt gehad in het buitenland, hoe moet je dan weten dat je ook in de eigen gemeente melding van aangifte moet doen? Als diverse instantie al op de hoogte zijn?
We deden het alsnog, op 25 januari 2016. We gaven wangslijm af en enige spullen van Sophia om haar DNA te laten bepalen.

Het sporenmateriaal was inmiddels naar Nederland gekomen. Het is nooit verder onderzocht omdat de politie zich op het standpunt stelde dat het zinloos zou zijn omdat de spullen in Oeganda niet correct veiliggesteld waren en dus gecontamineerd. Ons tegenargument was steeds dat dit ongetwijfeld het geval was maar dat we het niet over tientallen personen hadden.
‘Maar dan moeten we half Oeganda testen!’, zoals werd opgemerkt, is nonsens.
Als de wil er zou zijn, zouden die Oegandese politiemensen gevonden kunnen worden, en zouden hun sporen uitgesloten kunnen worden in een onderzoek.
Die wil was niet aanwezig bij de politie in Nederland.

Criminologe/psychologe Ilse van Leiden heeft zich uitgebreid in vermissingen verdiept, ze heeft er meerdere rapporten over geschreven. Zij zegt:
‘Het is ook echt een hele vreemde vermissing dus ik begrijp volkomen dat u met nog heel veel vragen achterblijft. Er zijn weinig vermissingen waarbij zoveel sporenmateriaal is aangetroffen dus dat biedt juist mogelijkheden die er anders vaak niet zijn’.

In januari van dit jaar is het gelukt om, met hulp ter plekke, vijf Oegandese politiemensen te vinden die het sporenmateriaal mogelijk betast hebben. Hun DNA is afgenomen en kan nu gebruikt worden in het sporenonderzoek dat op niet al te lange termijn zal worden gedaan.
‘Ik wil weten wiens sporen, naast die van Sophia, op deze spullen te vinden zijn’. Dat was de eerste vraag die ik, op 30 oktober 2015, bij de aanblik van dit raadselachtig spoor, uitgelegd over zo’n 45 meter langs de oever van de Nijl, stelde. Wij hopen eindelijk antwoord op die vraag te krijgen.

Wij begrijpen echt wel dat de Nederlandse politie vaak niet veel kan doen in het buitenland. Er zijn regels, procedures en verdragen, men is volledig afhankelijk van de locale autoriteiten. Los daarvan, is het niet erg realistisch te verwachten dat een Nederlandse rechercheur veel boven water zal krijgen in een ver, vreemd land. Men spreekt de taal niet, is niet bekend met de cultuur, die soms haaks op de onze staat, men wordt niet vertrouwd.
We hebben de Nederlandse politie, of het Openbaar Ministerie ook nooit gevraagd onderzoek in Oeganda te doen. We hebben ze gevraagd te doen wat ze hier in Nederland kunnen doen.
Ook dat is niet of nauwelijks gebeurd.
‘Maar we weten niet wat daar uitkomt’, was een reactie toen we aandrongen op enig onderzoek, hier in Nederland. Opmerkelijk. Hoe moet je wijzer worden als je geen onderzoek doet?

Waarom bij de ene zaak de politieinzet groot is en bij een andere minimaal, ook in Nederland, lijkt gebaseerd op willekeur. Er is wel een duidelijk verband tussen media aandacht en politieinzet.
Als er, om wat voor reden dan ook, belemmeringen zijn om die aandacht te genereren, sta je vanaf dag één op achterstand.

‘Een onbeschaduwd bestaan kan in een seconde inktzwart worden.’
Op 28 oktober 2015 ging voor ons de deur naar de hel open.
Wij blijven zoeken naar de uitgang van deze hel.
Wij blijven zoeken naar onze lieve Sophia, dochter, zusje en dierbare vriendin, zo intens gemist, door zovelen.

Marije Slijkerman
Gerard, Max en Jan Koetsier