Download PDF

Concept Beleidsplan Stichting Find Sophia d.d. 23 februari 2016

Inhoudsopgave

Dit beleidsplan bevat de volgende onderdelen:
I  Inleiding
II  Beleid korte en lange termijn
III  Stappenplan en indeling in fases
III.A  Stappenplan
III.B  Indeling in fases

I – Inleiding
Uit internationaal onderzoek is gebleken dat de activiteiten in de eerste 24 tot 48 uur bij een vermissing bepalend zijn voor het terugvinden van vermiste personen. Het is dus van belang snel te handelen nadat een vermissing is geconstateerd. Bij vermissingen in het buitenland gebeurt dit niet altijd, door taal- en afstandsbarrières, een gemis aan gevoel van urgentie of aan mogelijkheden bij de plaatselijke of internationale autoriteiten. Families, geliefden, vrienden (de direct betrokkenen) en overige betrokkenen zijn daarnaast vaak overgeleverd aan of overmand door hun emoties waardoor zij beperkt worden in hun handelen en (te) weinig ondersteuning vragen en krijgen in het proces dat ze te wachten staat. Een nauwe samenwerking tussen de autoriteiten en de direct betrokkenen, met oog voor de nodige (emotionele) begeleiding, is van essentieel belang, niet in de laatste plaats omdat juist zij over veel informatie beschikken.

Op basis van ervaringen bij eerdere buitenlandse vermissingen is geconstateerd dat direct betrokkenen andere, aanvullende mogelijkheden hebben – ten opzichte van de middelen van autoriteiten – waarmee zij een bijdrage kunnen leveren aan de zoektocht. De begeleiding en ondersteuning van de direct betrokkenen kan tekort schieten zodat van deze mogelijkheden geen optimaal gebruik wordt gemaakt. Om de aansluiting tussen de mogelijkheden van de direct betrokkenen en de autoriteiten te optimaliseren, heeft Stichting Find Sophia op basis van eerdere ervaringen met vermissingen in het buitenland een plan van aanpak ontwikkeld. Het doel van de Stichting is:

  • de zoektocht naar Sophia – in aanvulling op de door de autoriteiten verrichte activiteiten voortzetten met gebruik van kennis die is opgedaan bij eerdere vermissingen in het buitenland;
  • het mede op basis van de zoektocht naar Sophia ontwikkelen van een algemeen beschikbaar plan van aanpak om in de toekomst vertraging bij vermissingen in het buitenland te voorkomen en optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden om de zoektocht uit te breiden, 
een en ander in nauwe samenwerking en met oog voor de nodige (emotionele) begeleiding van de direct betrokkenen.

Stichting Find Sophia wil haar doelen bereiken door fondsen in te zamelen en deze te gebruiken voor:

  1. de zoektocht naar Sophia;
  2. het documenteren en evalueren van de zoektocht en andere zoektochten en het 
ontwikkelen van een plan van aanpak, waarbij aandacht zal worden besteed aan de communicatie van en met betrokkenen, omgang met de media, de bijzonderheden per land en de mogelijkheden voor verbetering van hulp in het buitenland bij vermissingen.

II – Beleid korte en lange termijn
Vanaf de oprichting streeft de Stichting er op korte termijn naar de ervaring in eerdere zoektochten, zoals de zoektocht naar de vermiste personen in Panama en Spanje, te gebruiken en optimaal in te zetten ten behoeve van een zo doelmatig mogelijke zoektocht naar Sophia in Oeganda.

Daarbij gelden de volgende uitgangspunten voor de lange termijn:

  1. de ervaringen die in het lopende onderzoek worden opgedaan, worden – onder meer 
met behulp van verslagen – gedocumenteerd;
  2. de inkomsten en uitgaven worden geadministreerd en verantwoord, waarbij alle uitgaven 
boven een bepaalde drempel door het bestuur van de Stichting dienen te worden 
geaccordeerd;
  3. de financiële verslaggeving wordt jaarlijks gepubliceerd;
  4. op basis van de uit het lopende en andere onderzoeken beschikbare documentatie 
wordt een plan van aanpak (stappenplan) ontwikkeld ten behoeve van de direct 
betrokkenen bij vermissingen van Nederlanders in het buitenland.
  5. het plan van aanpak (stappenplan) wordt algemeen beschikbaar gesteld zodat ook in de 
toekomst gebruik kan worden gemaakt van de ontwikkelde expertise. 
Met het plan van aanpak – en daarop voortbouwende tools – hoopt Stichting Find Sophia te voorkomen dat veel tijd verloren gaat in het initieel opstarten van een zoekactie. 
Het stappenplan dat in eerste instantie de basis voor de activiteiten vormt, onderscheidt een aantal stappen en fasen bij vermissing.

III – Stappenplan en indeling in fases
De stappen en fasen die zijn te onderscheiden vanaf het eerste moment van vermissing tot aan het sluiten van het dossier zijn voor een deel algemeen in die zin dat deze zich voordoen bij iedere vermissing. Voor een deel zijn de stappen en fasen echter afhankelijk van de bijzondere omstandigheden rond de vermissing in kwestie. Met deze bijzonderheden wordt bij de uitwerking van het stappenplan zo veel mogelijk rekening gehouden. Er wordt in stappen en fases onderscheiden, waarbij de stappen zien op daadwerkelijk te ontwikkelen activiteiten en de fases op de situatie waarin het onderzoek zich bevindt.

Dit stappenplan onderscheidt de volgende stappen:
1.    De intake
2.    Melding en aangifte van vermissing
3.    Informatieverzameling en onderzoek
4.    (Financiering van) aanvullende activiteiten
5.    Vermissingsbewind (bij langdurige vermissingen)
6.    Repatriëring (indien van toepassing)
7.    Evaluatie en afsluiting.

Daarnaast zijn in het onderzoek de volgende fasen te onderscheiden:
fase 1 – Constatering vermissing
fase 2 – Informatieverzameling
fase 3 – Ontwikkeling aanvullende activiteiten
fase 4 – Repatriëring (indien van toepassing)
fase 5 – Evaluatie.

III.A – Stappenplan

Stap 1 – De intake
De eerste stap die vanuit de Stichting bij elke nieuwe vermissing gedaan zal worden is een uitgebreide intake, bij voorkeur door iemand die kennis heeft van vermissingen in het buitenland. In geval van een vermoeden van vermissing is het van belang om deze intake snel te laten plaatsvinden: in geval van vermissing is goed gebruik van tijd en middelen in het eerste etmaal van groot belang. (Het is beter een keer te vroeg en voor niets aan de bel te trekken, waarbij mensen gewoon veilig terugkeren, dan dat je te lang wacht waardoor kostbare tijd verloren gaat!)
De intake dient om een goed beeld te krijgen van de vermiste, de contacten van de vermiste in het buitenland, de omstandigheden rond de vermissing, de direct betrokkenen en thuissituatie in Nederland en de meldingen aan en activiteiten van de (plaatselijke) autoriteiten. Voor zover de autoriteiten al in beeld zijn, dient te worden besproken hoe een optimale samenwerking kan worden nagestreefd.
Met de informatie die de intake oplevert, kan worden ingeschat in welke fase de vermissing zich bevindt en welke verschillende scenario’s voor hulp uitgezet en opgestart kunnen worden vanuit de Stichting.

Stap 2 – Melding en aangifte van vermissing
Op het moment dat vrienden, familie of derden de vermissing constateren, dient contact te worden opgenomen met:

  1. de lokale autoriteiten;
  2. de Nederlandse ambassade ter plaatse;
  3. de Nederlandse politie;
  4. de ziektekostenverzekeraar van vermiste.

Melding en aangifte bij de autoriteiten
Van de vermissing dient melding en aangifte te worden gedaan bij de lokale autoriteiten. Soms nemen de autoriteiten zelf contact op met de dichtstbijzijnde Nederlandse ambassade. Als dat niet het geval is, dienen de direct betrokkenen dit te doen.

Bij de melding en aangifte is het van belang zo veel mogelijk relevante feiten (medische, politieke of commerciële achtergronden) te vermelden, waaronder feiten die ongebruikelijk, onverwacht of niet in overeenstemming met de bekende planning waren. Het is van belang zo veel mogelijk de feiten van vermoedens en aannames te scheiden.

Ook bij de Nederlandse politie dient correcte aangifte van vermissing te worden gedaan.
De aangever doet er goed aan om bij het doen van aangifte in het buitenland en in Nederland het volgende te vragen:

  1. de naam van degene waarbij aangifte wordt gedaan;
  2. de gegevens van de contactpersoon;
  3. een bewijs van aangifte.

Als de vermissing is verwerkt kan bij de politie een verzoek worden ingediend tot plaatsing op de internationale lijst van vermiste personen van Interpol – en indien van toepassing – internationale opsporing.

Verzekering
Ten slotte dient melding te worden gedaan bij de reisverzekeraar van de vermiste. Bij sommige verzekeringen valt een deel van de kosten in verband met het zoeken naar de vermiste onder de te vergoeden kosten.

Stap 3 – Informatieverzameling en onderzoek
Uit internationaal onderzoek is gebleken dat met name de activiteiten in eerste etmalen bij een vermissing van groot belang zijn bij het terugvinden van de vermiste. Het is aan het reisgezelschap ter plaatse en de direct betrokkenen in Nederland om zo snel en zo veel mogelijk informatie te verzamelen over de vermiste.

a. – Algemeen

1. Zorg zo snel mogelijk voor een actuele goed herkenbare foto van de vermiste.
2. Maak lijsten van eigendommen, waarvan bekend is dat:
- de vermiste deze ter beschikking had in het buitenland;
- de vermiste ze op het moment van vermissing droeg of bij zich had;
- ze zijn aangetroffen na vermissing (in woning, kamer, appartement of elders); – ze vermist zijn.

Het gaat hier om bijvoorbeeld de volgende zaken:

  • kleding (zo nauwkeurig mogelijk beschrijven, kleur, maat, specifieke kenmerken);
  • schoeisel (type schoen, maat, oud/nieuw, eventueel merk, kleur enz.);
  • hardware (telefoon, tablet, laptop, camera, verrekijker, rugzak, zaklamp enz.).

3. Nader onderzoek, bijvoorbeeld met betrekking tot:

  • computer;
  • telefoon.
  • DNA.

b. – Plaats van vermissing
Bij het onderzoek ter plaatse dient te worden samengewerkt met de lokale en Nederlandse autoriteiten om te voorkomen dat de activiteiten van de direct betrokkenen het officiële onderzoek verstoren. 
Ter plaatse kan het volgende nog worden gedaan, waar nodig in overleg of met toestemming van de autoriteiten:

  • fotograferen van zaken die aangetroffen worden of achtergelaten zijn voordat deze aangeraakt worden;
  • noteren van alles wat aangetroffen wordt met locatie, datum & tijdstip, omschrijving, eventuele beschadigingen;
  • noteren van bijzonderheden die de laatste dagen voorafgaand aan de vermissing zijn opgevallen;
  • noteren waar de vermiste voor het laatst is gezien.

Het is wel van belang om – voor zover mogelijk – de plaats waar zaken gevonden worden met rust te laten.

Afhankelijk van de resultaten van het onderzoek en de verdere activiteiten van de autoriteiten, kan worden besloten om verder onderzoek te doen, zoals bijvoorbeeld DNA-onderzoek, of om experts in te schakelen, zoals bijvoorbeeld een patholoog anatoom, zelf-opererende teams (reddingshonden). Het besluit daartoe is onderdeel van de vierde stap, zie hierna.

Stap 4 – (Financiering van) aanvullende activiteiten
Deze stap valt uiteen in verschillend tussenstappen:

  • besluit of verder gezocht dient te worden;
  • bepalen hoe verder gezocht dient te worden, en
- met welke middelen.

Beslissing tot aanvullend onderzoek
Op basis van de beschikbare informatie dient een inschatting te worden gemaakt of er – in aanvulling op de door de autoriteiten ontwikkelde activiteiten – fysiek verder kan worden gezocht naar de vermiste.

Aan de hand van de beschikbare informatie dient in ieder geval het volgende te worden vastgesteld:

  1. een profielschets van de vermiste, met aandacht voor onder meer de achtergrond van de vermissing, het karakter, recente foto’s, correct signalement, de medische achtergrond en dental records;
  2. een afbakening van de locatie van vermissing;
  3. een overzicht van zaken of plaatsen die nog niet zijn onderzocht. 
Wijze aanvullend onderzoek 
Indien ruimte is voor aanvullend onderzoek, dient te worden beoordeeld op welke manier dit het beste kan plaatsvinden: met inzet van (zelf-opererende) teams (reddingshonden, forensisch specialisten, duikers, helicopters, enz.);
  4. inzet van expertise (advocaten, privédetectives, telecommunicatie- en computerspecialisten ten behoeve van het uitlezen van telefoon of computer enz.);
  5. de inzet van een projectleider die het onderzoek coördineert, begeleidt en aanstuurt en die verantwoordelijk is voor zaken als tickets, visa, verzekeringen, akkoord autoriteiten en de contacten met lokale autoriteiten en organisaties;
  6. betrokkenheid van de media en gebruik van communicatiemiddelen, bijvoorbeeld het opzetten van een (internationale) tiplijn, activeren van een website of andere media, rekening houdend met verschillen in taal en communicatie;
  7. aanstelling van een woordvoerder.

Financiering
Aanvullend onderzoek kost tijd en geld. Alvorens dit kan worden uitgevoerd, moet een besluit worden genomen over de wijze van financiering van het onderzoek:

  1. privémiddelen van de direct betrokkenen;
  2. fondsenwerving via publiciteit.

De oprichting van Stichting Find Sophia dient mede het mogelijk maken van publieke fondsenwerving.

Stap 5 – Vermissingsbewind
Op het moment dat iemand langere tijd vermist is, is het van belang dat voor die persoon diverse zaken, met name zaken die geen uitstel kunnen lijden, worden geregeld. Het gaat dan bijvoorbeeld om het openen van de post, verrichten van betalingen voor huur en verzekeringen, maar ook het opschorten van abonnementen of andere overeenkomsten. In Nederland kan dat door middel van zaakwaarneming en de aanstelling van één of meer bewindvoerders die in afwezigheid van de vermiste zijn zaken kunnen waarnemen. De bewindvoerder is gedurende de vermissing de wettelijk vertegenwoordiger van de vermiste, zodat hij in zijn naam kan handelen.

De indiening van een verzoek om bewind dient te gebeuren bij de rechtbank van de woonplaats van de vermiste, met behulp van een voorgeschreven formulier. De direct betrokkenen zoals ouders, echtgenoot, kinderen en/of broers en zussen kunnen de aanvraag doen en dienen er – zo mogelijk – bij betrokken te worden. De beslissing op het verzoek kan een à twee maanden in beslag nemen.

Stap 6 – Repatriëring (indien van toepassing)
Op een gegeven moment kan de zaak tot een afronding komen, doordat:

  • de vermissing is opgelost omdat de vermiste levend is gevonden;
  • de vermissing is opgelost omdat de stoffelijke resten van de vermiste zijn gevonden.

Afhankelijk van het verloop van de vermissingszaak en de omstandigheden waarin iemand wordt aangetroffen, dient:

  • – indien van toepassing – de medische en psychologische conditie van de vermiste te worden onderzocht en zorg te worden verleend;
  • te worden bekeken hoe de vermiste het best gerepatrieerd kan worden;
  • zodanige communicatiemiddelen te worden ingezet zodat rekening kan worden 
gehouden met de wensen van de direct betrokkenen;
  • rekening te worden gehouden met de noodzaak van medische en/of psychische 
begeleiding van de direct betrokkenen, in Nederland of ter plaatse.

Verder is overleg van belang met onder meer de volgende instanties:

  • lokale en Nederlandse autoriteiten;
  • de verzekeringen (reis- en ziektekosten).

Bij repatriëring dient bovendien met de luchtvaartmaatschappij en, indien van toepassing, een uitvaartorganisatie, contact te worden opgenomen.

Afhankelijk van het verloop van de afronding van de vermissingszaak ter plaatse, kan het nodig zijn om aanvullende hulp zoals juridische bijstand of specifieke expertise ten behoeve van aanvullend onderzoek in te roepen.

Indien er veel media-aandacht is geweest, is sprake van een maatschappelijke impact. Het publiek dient dan ook te worden geïnformeerd over de afloop van de vermissing. De vermiste en de direct betrokkenen, die na de vermissing mogelijk geen behoefte hebben aan media- aandacht, dienen – desgewenst – bij de communicatie met de media te worden begeleid.

Stap 7 – Evaluatie en afsluiting
Indien de vermiste niet wordt gevonden, komen op een gegeven moment de autoriteiten en de direct betrokkenen tot de conclusie dat de mogelijkheden tot (aanvullend) onderzoek zijn uitgeput. In dat geval is de vermissing niet opgelost omdat onvoldoende aanwijzingen zijn gevonden om een definitieve conclusie te trekken.

De zaak houdt een open einde. Niet uitgesloten kan worden dat nog nieuwe informatie binnenkomt. In dat geval kan worden bekeken of nieuwe acties uitgezet kunnen worden of reeds bestaande acties kunnen worden uitgebreid.

Hoe de zaak ook afloopt: in alle gevallen dient de beschikbare informatie te worden bijeengebracht om evaluatie van de zoektocht mogelijk te maken. Bij de evaluatie dient te worden bepaald of er nog lacunes zijn in het onderzoek, welke acties effectief zijn geweest en waar verbetering mogelijk zou zijn.

Het plan van aanpak wordt bijgewerkt en aangevuld met ten behoeve van de zoektocht ontwikkelde tools en ervaringen.

III.B – Indeling in fases
Om zicht te houden op de diverse activiteiten bij een vermissing kan het nuttig zijn het zoekproces onder te verdelen in fases:

fase 1 – Constatering vermissing
fase 2 – Informatieverzameling
fase 3 – Ontwikkeling aanvullende activiteiten
fase 4 – Repatriëring (indien mogelijk)
fase 5 – Evaluatie

Ieder fase kent zijn eigen aandachtspunten en in iedere fase is andersoortige hulp, onderzoek en bijstand nodig. De aard van de hulp en bijstand is mede afhankelijk van het profiel van de vermiste en de bijzondere omstandigheden van het geval. Het is in ieder geval van vermissing van belang om maatwerk te bieden. Per fase wordt hierna een korte omschrijving gegeven met voorbeelden van in de betreffende fase in te zetten hulpverlening.

FASE 1 Constatering vermissing

Iemand raakt vermist in het buitenland
Het is niet in alle gevallen direct en snel duidelijk dat iemand vermist is. Hier kan soms een periode overheen gaan, afhankelijk van de situatie en het reisgezelschap. Op het moment dat de familie, vrienden of derden besluiten dat iemand als ‘vermist’ wordt gezien, wordt dit in de regel gemeld aan de direct betrokkenen in Nederland. Op dit moment worden ook de lokale autoriteiten ingeschakeld en in sommige gevallen zijn betrokkenen in staat om de lokale dichtstbijzijnde Nederlandse Ambassade te waarschuwen. In andere gevallen wordt dit door de lokale autoriteiten gedaan.

Aandachtspunten
In deze fase kunnen zaken mislopen op het gebied van communicatie. Soms wordt de ernst van de situatie niet goed ingeschat. Dit kan allerlei oorzaken hebben, bijvoorbeeld;

  • Taal barrière: het is lastig om aangifte te doen of duidelijk te maken dat iemand vermist is in een andere taal dan de moedertaal. Zo kan bijvoorbeeld voor de autoriteiten niet duidelijk zijn dat de vermissing niet te rijmen is met het karakter van de vermiste of dat de vermiste een medische conditie heeft, welke omstandigheden juist reden kunnen zijn om de zaak met meer urgentie in behandeling te nemen;
  • Cultuurverschillen: in een land waar vermissingen regelmatig voorkomen en vermissingen mogelijk zelfs een geaccepteerd kwaad zijn, zullen de prioriteiten van de autoriteiten niet liggen bij het oplossen van vermissingszaken;
  • Gebrek aan capaciteit/opleiding/ervaring; lokale autoriteiten kunnen soms de mankracht, middelen, opleiding of ervaring missen om een doelgerichte zoektocht op te zetten, met name als de vermissing plaats vindt in een afgelegen plek;
  • Verschil in risico inschatting: ondanks juiste informatie kan de risico-inschatting van lokale autoriteiten afwijken van de Nederlandse risico-inschatting, als gevolg waarvan niet voortvarend actie wordt ondernomen.

Aangifte
Het is een misvatting dat uitsluitend in het land waar iemand vermist is aangifte moet worden gedaan. Met oog op spoedige plaatsing op de lijst van Interpol en een internationaal opsporingsverzoek, is ook aangifte en goed contact met de politie in Nederland van belang.

Categorisering vermissing in Nederland
Aangiften van vermissing in Nederland worden wel onderverdeeld in de categorieën ‘urgente’ en ‘overige’ vermissingen.
Men spreekt van urgente vermissingen in het geval van substantiële aanwijzingen:

  • dat vermiste in gevaar is doordat de vermissing in tegenstelling is tot het normale gedrag van 
de vermiste (hierbij kan ook een medische achtergrond een rol spelen, denk aan suiker/hart – 
patiënten, dementie enz.)
  • dat de vermiste persoon het slachtoffer is van een misdrijf;
  • dat rondom de vermiste er een gevaar is voor de veiligheid van de samenleving/anderen. Vanwege het onrustwekkende karakter wordt onmiddellijke (opsporings-)actie ondernomen.

Men spreekt van overige vermissingen indien:

  • er geen directe aanwijzingen zijn van bedreiging, gevaar of risico;
  • er een aanleiding is die een bewust vertrek of weglopen uitnodigen zonder dat er sprake is 
van de aanwijzingen als vermeld bij de „urgente vermissing‟.

In deze gevallen vindt advisering van de achterblijvers en noodzakelijke registratie plaats en worden relevante opsporingsacties ondernomen.

Bevoegdheid Nederlandse opsporingsautoriteiten
Nederlandse opsporingsautoriteiten missen de bevoegdheid om buiten Nederland onderzoek te doen, zodat ook zij afhankelijk zijn van inschakeling door de lokale autoriteiten (via een officieel verzoek om bijstand aan de ambassade). In de regel gaat daar enige tijd overheen.

Fase 2 – Informatieverzameling
Het is van groot belang om de eerste drie stappen van het stappenplan zo snel mogelijk uit te voeren zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de informatie.

In de fase van informatieverzameling is de aangifte gedaan en zijn de (lokale) autoriteiten op de hoogte. Op basis van de informatie wordt onderzoek gedaan door de (lokale) autoriteiten. Mogelijk wordt aan Nederlandse autoriteiten toestemming verleend om bijstand te verlenen aan de lokale opsporingsautoriteiten. Documentatie van de verzamelde informatie en het conserveren van sporen is van groot belang, net als goed contact en nauwe samenwerking tussen de direct betrokkenen en de autoriteiten.

Fase 3 – Ontwikkeling aanvullende activiteiten 

De Stichting heeft een netwerk van forensische specialisten en reddingswerkers met verschillende expertise. Zij kunnen ondersteuning bieden bij aanvullend onderzoek, met name als autoriteiten om welke reden dan ook bepaalde onderzoeken achterwege laten, terwijl dergelijke onderzoeken wel degelijk van belang kunnen zijn voor de direct betrokkenen. De kosten van deze, veelal specialistische, onderzoeken kunnen hoog zijn. In verband met de kosten van nader onderzoek en de begeleiding daarvan, is dit de fase waarin wordt besloten tot de wijze waarop de verdere zoektocht zal worden gefinancierd.

Het is van belang in deze fase zicht te houden op wie wat doet. Er dient goed contact te worden onderhouden met de autoriteiten, de (bij de autoriteiten) beschikbare informatie en documentatie dient zo veel mogelijk te worden gedeeld indien dit in het belang is van het onderzoek en de direct betrokkenen dienen zo veel mogelijk over dezelfde informatie te beschikken zodat communicatie vlot verloopt. De externe communicatie, richting media en via eigen kanalen zoals bijvoorbeeld een website, dient eenduidig te zijn. De aanstelling van een centraal aanspreekpunt en een woordvoerder kunnen daarbij behulpzaam zijn.

Fase 4 – Repatriëring (indien van toepassing)
Indien de vermissing wordt opgelost, doordat de vermiste of diens stoffelijke resten worden gevonden, krijgt de vermissingszaak een andere wending. De zaak komt bovendien in een stroomversnelling. Aandacht voor de zorg van de vermiste en de direct betrokkenen komt hierbij op de eerste plaats. Hoewel de afronding in zicht komt, kan van belang blijven dat bepaalde onderzoeken worden verricht, zoals bijvoorbeeld (forensisch) onderzoek.

Daarnaast gaat veel aandacht uit naar – mede gelet op de taal- en cultuurverschillen – de communicatie met verschillende partijen zoals medisch personeel, autoriteiten, verzekering, vliegmaatschappij (of andere vervoerder), vliegveld, uitvaartorganisatie etc.

Indien bij de vermissing veel media betrokken is geweest zal ook in de fase van repatriëring voldoende begeleiding nodig zijn om betrokkenen en vermiste(n) ondersteuning te bieden in het vervolg van de berichtgeving. Stichting Find Sophia kan zich ook in Nederland inzetten om maatschappelijke onrust die het gevolg is van een vermissingszaak zoveel mogelijk weg te nemen of bespreekbaar te maken via de media.

Fase 5 – Evaluatie
Nadat tot de conclusie is gekomen dat de vermissing is opgelost of de mogelijkheden tot (aanvullend) onderzoek zijn uitgeput, vindt een evaluatie plaats van de zoektocht naar de vermiste. Deze dient om te bepalen of er nog lacunes zijn in het onderzoek en om tot een afronding te komen van de zoektocht in kwestie. Indien de vermissing niet is opgelost, is van belang dat de beschikbare documentatie, waaronder de verslaglegging, niet alleen goed wordt geordend maar ook beschikbaar blijft.